Franke van der Laan - Ik blijf me verbazen over de ingenieuze manieren waarop planten en dieren weten te overleven. Elke soort heeft zijn eigen strategie ontwikkeld. Sommige planten voelen zich thuis in het water, andere juist op droge zandgrond.
Wekelijks natuurnieuws:
Er zijn pioniers die razendsnel kale grond koloniseren, zoals de klaproos. Andere soorten kiezen voor een heel andere aanpak: langzaam groeien, jarenlang volhouden en uiteindelijk alle concurrenten verdringen. Denk aan kweek of zevenblad.
Juist die verschillende overlevingsstrategieën maken de natuur zo fascinerend. Zelf ben ik vooral geboeid door vormen van samenwerking, zoals symbiose, waarbij soorten elkaar helpen, maar ook door parasitisme, waarbij de ene soort profiteert van de andere. En dan zijn er natuurlijk weer planten die precies tussen die twee strategieën in zitten.
Een van mijn favorieten is de ratelaar.
Deze geelbloeiende plant wordt ongeveer een halve meter hoog en leeft maar één jaar. Hij moet zich dus ieder jaar opnieuw uitzaaien. Zijn naam dankt hij aan de zaaddoosjes. Zodra de plant is uitgebloeid en de zaden rijp zijn, hoor je ze rammelen als de wind door de stengels gaat.
Maar de echte magie speelt zich onder de grond af.
De ratelaar groeit prima op eigen kracht dankzij zonlicht, maar hij heeft een slim extra trucje. Zijn wortels hechten zich aan die van grassen en riet, waarna hij een deel van hun voedingsstoffen aftapt. Daarom noemen we hem een halfparasiet. Hij kan zelfstandig leven, maar maakt tegelijkertijd gebruik van de energie van zijn buren.
Het effect is verbluffend. Op plekken waar ratelaars goed groeien, verzwakt het gras en krijgt het veel minder kans om te overheersen. Zo verandert een verruigd of overbemest grasveld geleidelijk in een soortenrijke bloemenweide. Zonder zware machines, zonder de grond om te ploegen, maar simpelweg door de natuur haar werk te laten doen.
En als het gras minder dominant wordt, verschijnen er vanzelf meer bloeiende planten. Soms zelfs orchideeën.
Dat vind ik misschien wel het mooiste aan natuurbeheer: niet tegen de natuur in werken, maar haar eigen mechanismen gebruiken.
Op dit moment zijn de ratelaars volop bezig met het vormen van zaad. Daarom verzamelen wij nu grote hoeveelheden. We nemen nooit meer dan 20 tot 30 procent mee, zodat er voldoende achterblijft voor de natuurlijke verspreiding. Het verzamelde zaad strooien we vervolgens uit op plekken waar we bloemenweides willen ontwikkelen.
Iedere keer weer voelt dat bijna magisch. Het is eenvoudig, goedkoop en bijzonder effectief.
Een tropische werkweek
Door de tropische temperaturen hebben we deze week op Meermond weinig anders gedaan dan ratelaarzaad verzamelen en jonge bomen water geven. Zelfs in onze groentekas was het simpelweg te heet om te werken.
Gelukkig konden we met een groep vrijwilligers terecht op het schaduwrijke landgoed Sorghbosch. Daar hebben we ongeveer 50.000 jonge esdoorns verwijderd. Ze varieerden van vijf centimeter tot een meter hoog en verdringen de eiken, lindes en beuken die we juist graag willen behouden.
Daarnaast hebben we drie volwassen esdoorns, zo'n 30 tot 40 meter hoog, met wortel en al uit de grond gehaald. Dat lijkt misschien weinig, maar juist deze bomen produceren enorme hoeveelheden zaad. Door ze geleidelijk te vervangen, willen we de voortdurende opmars van de esdoorn afremmen.
Dat doen we bewust rustig. We willen het landgoed niet in één keer veranderen, maar stap voor stap. Zo behouden we het karakter van Sorghbosch en bouwen we tegelijkertijd aan een bos dat ook over honderd of tweehonderd jaar nog monumentaal zal zijn.
Inmiddels hebben we al grote lindes, eiken, kersen en meidoorns geplant. Gelukkig slaan de meeste daarvan goed aan.
Een boom voor de toekomst
Deze week hebben we ook een bijzondere boom uit onze eigen kwekerij geplant in de voortuin van Kennemeroord: een paulownia, beter bekend als de prinsessenboom.
Deze boom is vernoemd naar koningin Anna Paulowna en staat bekend als een van de snelst groeiende bomen ter wereld. In mei bloeit hij uitbundig met prachtige blauwviolette bloemen. Door zijn snelle groei legt hij bovendien veel CO₂ vast.
De zaailing op de foto begon dit voorjaar aan zijn tweede groeiseizoen. In zijn eerste jaar groeide hij al zes meter. Dat blijft indrukwekkend.
Soms laat de natuur zien dat de slimste oplossingen niet ingewikkeld hoeven te zijn. Een klein plantje als de ratelaar kan een heel grasland veranderen. En een jonge boom kan uitgroeien tot een monument voor de volgende generatie.
Dat is precies waarom ik dit werk met zoveel plezier blijf doen.
Franke van der Laan