Schrijver in Heemstede: doen en laten

Foto: Irene Campfens

Iedereen lijkt het te doen en denkt er goed in te zijn: schrijven. Van gedicht tot boek. ‘Prima natuurlijk’, denkt u. Ik ben het met u eens tot het punt waarop de schoorsteen ervan moet roken. Schrijven is leuk en kan op ontelbaar veel manieren. Maar schrijven is ook zwaar. Sinds vorig jaar ben ik een échte schrijver in Heemstede. Ik moet daar dus van leven. Enkele hoogte- en dieptepunten deel ik in deze column, of u dat nu wilt of niet.

Ik staar naar het beeldscherm en twijfel. Wel of geen mailtje sturen? Even bellen? Nu, morgen, volgende week? Het uitblijven van een reactie maakt me onrustig. Misschien is mijn offerte niet goed aangekomen. Blijven hangen bij mijn conceptmail of in de spam beland. Bij het doorspitten van mijn e-mails zie ik ‘m, inclusief begeleidend schrijven, bij de verzonden items staan. Inmiddels al een maand geleden verstuurd. Ik heb gedaan wat ik kon: de bal ligt nu bij de potentiële opdrachtgever. Er is waarschijnlijk een ander.

Rondneuzen in wat Facebookgroepen. Heerlijke afleiding en vaak ook een komisch uurtje op een soms saaie werkdag. Naast vragen – de een begrijpelijker dan de andere – en tips – idem dito – vind ik er soms leuke schrijfopdrachten. Maar vinden is wat anders dan krijgen. Ik stuur steevast binnen tien minuten een pm met daarin enthousiaste woorden en een link naar mijn website. Met mij tientallen anderen. Die anderen zeggen hetzelfde te doen voor de helft van mijn uurtarief. Wat? Dat. Helaas geen opdracht voor mij. Het maakt mij nieuwsgierig naar de kwaliteit en inhoud van andermans werk. Soms gluur ik op hun websites en schrik ik.

Als er even geen nieuwe dingen zijn, observeer ik. Altijd. Overal. Op straat, bij de bushalte of in de rij van de muntenverkoop op een festival. Bij de versafdeling van de supermarkt, in de bioscoop of het koffiehuis waar ik interview. Tussen de zakenmensen met koffertjes in de foyer van een gemiddeld hotel, naast de roddelende moeders in de lingeriewinkel en vlakbij hangende jongeren in de speeltuin. Tijdens een concert waar geduwd wordt, een saaie lezing van een schrijver, een pianoconcert op zondagmiddag. Als ik aan het hardlopen ben. In de auto of op de fiets zit, de weg oversteek. Ja, ik neem nogal wat in me op.

Maar dan komt het lastige gedeelte: van al die observaties verhalen maken. Zeg maar een te grote jas met te lange mouwen verstellen tot een mantel die als gegoten zit. Nou ja, niet iedereen hoeft de jas te dragen. Dat moet ik niet willen. Verhalen moeten passen. Schrijven is zalig en moeilijk tegelijk; de ‘je weet immers maar nooit’ mentaliteit kost me de grootste moeite. Want had ik gisteren al die min of meer onnodige dingen niet gedaan – de website geüpdatet, boekenkast opgeruimd en administratie bijgewerkt, zou ik dan vandaag dat verhaal wél hebben afgerond? Velen noemen het werkvermijding, ik noem het mijn dagelijkse praktijk.

De vaste column voor Heemstede Nieuws helpt. Het zet mijn zintuigen op scherp. Ik loop als een spotter door het dierenrijk, proef de sfeer in de winkelstraat en luister naar de wachtenden voor mij bij de apotheker of drogist. Ik knoop praatjes aan, vraag en vertel. Genoeg te beleven hoor, in Heemstede. Laatst nog, toen ik ontdekte dat er in de buurt een villa met wachtershuisje staat. Hierin zie ik iedere dag waarop ik de villa passeer een oude man zitten. Hij draagt een pet en lijkt, hierdoor, op Opa Flodder.

Ik verzamel nog wat moed om hem eens aan te spreken. Want waarom zit een senior in vredesnaam de hele dag in zijn eentje in een houten huisje? Om het terrein te bewaken? Voor een hartelijke ontvangst? Voor de lol? Wie weet leest u er meer over in een volgende column. Wordt – vast wel – vervolgd. En in de tussentijd nodig ik u uit om bijzondere verhalen uit Heemstede met mij te delen. Ik spreek u er graag over en wijd er met liefde een column aan. Schrijven in Heemstede gaat immers over doen en laten.

Reacties