Een bijzonder fenomeen: de vogeltrek

Kramsvogel
Foto: Stichting Duinbehoud

In deze vierde column zoomt Marc Janssen van Stichting Duinbehoud in op de vogeltrek, waarbij miljoenen vogels het hoge noorden ontvluchten en op zoek gaan naar een warmere plek in het zuiden. Eén van die trekroutes loopt over het duingebied.

In de regio Kennemerland zijn we gezegend met prachtige duingebieden.  De Amsterdamse Waterleidingduinen, de Kennemerduinen en het Noord-Hollands Duingebied. Prachtige natuur, om te wandelen, te fietsen, voor andere sportieve activiteiten, tevens waterwingebied dat voorziet in ons drinkwaterbehoefte, en natuurlijk ook bescherming tegen de zee. En dan heb je ook nog de geneeskrachtige kruiden en eetbare planten.

Dit alles bij elkaar biedt volop inspiratie voor een mooie serie van verhalen van wat je zo al tegenkomt in ónze duinen. De serie is gemaakt door de Stichting Duinbehoud.

Een bijzonder fenomeen: de vogeltrek (door: Marc Janssen)

De zomer is voorbij en de herfst is begonnen. Kou en regen bepalen vaker het weerbeeld. Maar op een zonnige dag is het nog steeds heerlijk om in de buitenlucht een wandeling te maken. Goed voor de conditie en de gezondheid. En er valt veel te zien. Langs de kust kun je bijvoorbeeld genieten van de jaarlijkse vogeltrek.

Het blijft een bijzonder fenomeen. Miljoenen vogels ontvluchten in het najaar het hoge noorden en gaan op zoek naar een warmere plek in het zuiden. Ze komen soms met duizenden tegelijk overvliegen: koperwieken, kramsvogels, zanglijsters, graspiepers of sijsjes. En ze weten precies waar ze heen moeten. Langs vaste routes vliegen ze van het hoge noorden naar het zuiden. Sommige vogels stoppen in Nederland of Noord-Frankrijk en anderen vliegen door naar Afrika of nog verder.

Sijsje (foto: Pixabay)

Eén van die trekroutes loopt over het duingebied. Daar komen grote zwermen met vogels voorbij. De vogels zijn goed waar te nemen vanaf uitkijkpunten, zoals de Puinhoop in Katwijk. Je ziet er bijzondere vogels voorbij komen zoals de staartmees, de beflijster, de roodkeelpieper en de ijsgors. Af en toe neemt een zwerm koperwieken of kramsvogels een rustpauze en doen ze zich tegoed aan oranje duindoornbessen in het duin.

Dat deze vogels, die hun jongen in Scandinavië of Siberië hebben grootgebracht, met het invallen van de winter naar het zuiden trekken lijkt logisch. De hevige sneeuwval in het noorden maakt het lastig om voedsel te vinden en de winter door te komen. Maar waarom keren deze vogels elk jaar weer terug naar het noorden? Daar zijn twee verklaringen voor.

De eerste verklaring heeft te maken met roofdieren. Als de vogels met zijn allen op een kluitje een nest maken en de eieren gaan uitbroeden, dan vormen zij een makkelijke prooi voor roofdieren. Het spreiden van de nesten over een groot gebied maakt het voor roofdieren moeilijker om de eieren te vinden. De tweede verklaring heeft te maken met voedsel. Ook hier geldt, dat als je met zijn allen op een kluitje blijft zitten het voedsel snel op is. En in de zomer is er in de Scandinavische landen en in Siberië voldoende voedsel te vinden.

Maar waarom sommige vogels elke jaar van zuid naar noord trekken en andere vogels steeds op dezelfde plek blijven, dat blijft een raadsel. En dat is ook het mooie van de natuur: het blijft voor een deel een raadsel. En daar kun je van genieten.

Voor meer informatie over natuur en gezondheid zie: www.duinbehoud.nl