Minister wil Bloemencorso Bollenstreek op UNESCO-erfgoedlijst

Foto: Charles Duijff

De bloemen- en fruitcorso’s van ons land en het Zomercarnaval van Rotterdam moeten op de Internationale Immaterieel Erfgoed-lijst van werelderfgoedorganisatie UNESCO. Dat vindt cultuurminister Ingrid van Engelshoven.

De minister gaat de evenementen ervoor nomineren. Doel van de lijst is bescherming en waardering voor gebruiken, rituelen, feesten en ambachten.
“De corsocultuur floreert in heel Nederland: van kleurrijke voorjaarscorso’s in de Bollenstreek tot de creatieve praalwagens met dahlia’s in bijvoorbeeld Zundert of Lichtenvoorde. En begonnen als een Antilliaans festival, bedoeld om de ontmoeting tussen verschillende culturen te bevorderen, is het Zomercarnaval Rotterdam uitgegroeid tot een multicultureel festival”, verklaart haar ministerie.

Talloze mensen zijn bij de organisatie van de evenementen betrokken. “De corsocultuur en het zomercarnaval weerspiegelen de culturele diversiteit van Nederland. Immaterieel erfgoed verbindt mensen en verleent hun een gevoel van identiteit”, aldus de minister.

Met de nominatie volgt ze het advies van de Raad voor Cultuur. De zogenoemde corsokoepel, die een aantal corso’s vertegenwoordigt, en de Stichting Zomercarnaval Nederland moeten samen met het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland en het ministerie nog wel aan de bak: er moet nog een goed nominatiedossier voor UNESCO komen.

De nominatie voor de corsocultuur moet vóór 31 maart zijn ingediend.